Nieuwsbrief

Persbericht Centrum voor Kankeropsporing

Vlaams kankerscreeningprogramma kan meer dan 10.000 levens redden

Op 16/1 verscheen in De Standaard een artikel rond kankerscreeningprogramma’s dat stelt dat deze programma’s geen levens redden. Het artikel baseert zich op een Amerikaanse studie die gepubliceerd is in The British Medical Journal. Dr. Patrick Martens, directeur van het Centrum voor Kankeropsporing nuanceert de conclusies van het artikel: “Dit is geen nieuwe studie maar eerder een literatuuroverzicht”.

Het Centrum voor Kankeropsporing stelt dat het belangrijkste objectief van de gezondheidszorg - naast een langer leven - ook kwaliteit van het leven moet zijn. In Vlaanderen organiseert het Centrum voor Kankeropsporing in opdracht van de Vlaamse overheid drie bevolkingsonderzoeken naar kanker (baarmoederhals-, borst- en dikkedarmkanker). Recent hebben onafhankelijke onderzoekers van de UGent en de VUB onder leiding van de professoren Lieven Annemans (UGent) en Koen Putman (VUB) berekend hoe de baten en kosten van de bevolkingsonderzoeken zich tegenover elkaar verhouden. In totaal kunnen over een periode van 20 jaar naar schatting 10.700 overlijdens ten gevolge van kanker worden vermeden (respectievelijk 3.100, 1.300 en 6.300 voor baarmoederhals-, borst- en dikkedarmkanker). Doordat veel van die overlijdens zich op relatief jonge leeftijd voordoen resulteert dit in een winst van 69.000 kwaliteitsvolle levensjaren voor onze bevolking.

Bij screening trachten we een kanker vroegtijdig op te sporen vooraleer er klachten zijn. Hierdoor is de behandeling vaak minder ingrijpend en minder belastend. Een voorbeeld hiervan is dat 75% van de borstkankers ontdekt in het Vlaams screeningprogramma behandeld wordt door een borstsparende ingreep, terwijl van de borstkankers die ontdekt worden buiten het screeningprogramma 40% behandeld worden met een amputatie (mastectomie).

Studies uitvoeren om de invloed te bestuderen op algemene sterfte en niet enkel op sterfte door kanker is moeilijk en zeer duur. De auteurs van het Amerikaanse artikel vermelden dat een steekproef van 4 miljoen proefpersonen nodig zou zijn om een verschil in algemene sterfte aan te kunnen tonen. Dit is volgens hen ook een mogelijke reden waarom tot nu geen verschil kon aangetoond worden. Het feit dat screening wel kan aantonen dat je vaker van kanker volledig kan genezen of zelfs de evolutie naar kanker kan voorkomen is echter ook belangrijk. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dikkedarmkankerscreening waar je door het opsporen en wegnemen van grote poliepen het risico op dikkedarmkanker kan verminderen. Verder moet je rekening houden met concurrerende risico’s wanneer je de invloed van één soort preventie op algemene sterfte wil bestuderen. Sterfte is immers gerelateerd aan meerdere factoren tegelijk. Een huisarts zal een 60-jarige obese roker niet enkel aanraden om wat kilo’s te verliezen, maar zal hem ook aanraden om te stoppen met roken. Als de patiënt enkel vermagert, heeft hij nog altijd een verhoogd risico op een hartaanval. Maar er zal toch niemand de noodzaak om de obesitas epidemie aan te pakken ontkennen?

We zijn zeker niet blind voor de nadelen van screening. Maar bij beoordeling van het nut van screening zijn lokale factoren soms erg belangrijk om tot een eindconclusie te komen. Zo is het percentage deelnemers dat voor verder onderzoek verwezen wordt bij screening naar borstkanker in Vlaanderen vele malen kleiner dan in de VS. Als je het aantal vervolgonderzoeken kan beperken, beperk je ook de nadelen van deze onderzoeken. Daarom is registratie, opvolging en evaluatie van de kwaliteit van de screening zo belangrijk voor het CvKO omdat je de screening zo nodig kan bijsturen.

We delen de opinie van de auteurs dat steeds de balans gemaakt moet worden tussen voordelen en risico’s van deelname. Dat is de reden waarom we ons richten naar specifieke leeftijdsgroepen, een optimale deelname frequentie aanraden en steeds vermelden dat personen met een verhoogd familiaal risico of klachten niet thuishoren in het bevolkingsonderzoek, maar hun huisarts moeten contacteren die hen een individueel aangepast onderzoek of opvolging kan voorschrijven.

Tenslotte wil ik nog opmerken dat wij in Vlaanderen geen georganiseerde screening naar long– of prostaatkanker uitvoeren (één van de voorbeelden die in het artikel worden vermeld) net omdat hiervoor de balans van voor- en nadelen niet gunstig genoeg is om dit als algemeen bevolkingsonderzoek aan te raden.

Dr. Patrick Martens – Directeur Centrum voor Kankeropsporing

 

Perscontact:

Dr. Patrick Martens

Directeur Centrum voor Kankeropsporing vzw

Voor bijkomende vragen: 0479/901871

Over Centrum voor Kankeropsporing: Elk jaar krijgen 1,5 miljoen mensen in Vlaanderen een uitnodiging om zich preventief te laten onderzoeken op borstkanker, dikkedarmkanker en baarmoederhalskanker. Vroegtijdige opsporing vergroot de kans op genezing en beperkt de impact van de behandeling. Het Centrum voor Kankeropsporing organiseert de bevolkingsonderzoeken voor de Vlaamse overheid. Het verstuurt de uitnodigingen, bewaakt de kwaliteit, en informeert de bevolking objectief over voor- en nadelen van de bevolkingsonderzoeken.

 

 

 

 

 

 

 

Logo regio's in kaart

Postcode

 

Logo Antwerpen